Het vernieuwd Scutemuseum is opnieuw toegankelijk voor het plubliek.




Het Scutemuseum vertelt het verhaal van de Blankenbergse visser.
Het onstaan van Blankenberge, van nederzetting tot vissersgemeenschap, de gilde van de vrije visserij, de vismethodes, geloof en bijgeloof in de gesloten Blankenbergse vissersgemeenschap, de haven van Blankenberge en de teloorgang van de Blankenbergse visserij worden in het Scutemuseum op didactische wijze herinnerd. Schaalmodellen, voorwerpen, tekeningen, zeekaarten, foto’s en dvd’s getuigen van de heroïsche tijd van de Blankenbergse visserij.
De bouw van de B1 Sint-Pieter is het centrale thema, maar ook de collectie Bayot is een belangrijk onderdeel van het museum. Dank zij de collectie Cyriaque Bayot krijgt u een overzicht van de werktuigen die men gebruikte voor het bouwen van houten schepen, het herstellen van zeilen en krijgt u een inkijk in het dagelijks leven van de visser en zijn familie.
Cyriaque Bayot, een industrieel uit Ecausinnes, die veel belangstelling had voor het maritiem erfgoed legde een indrukwekkende verzameling aan van voorwerpen die herinnerden aan de scheepsvaart en scheepsbouw van de vorige eeuwen.
De naam Scarphout, de rol en het belang van de vissersgilde, bescheepsdag, de mande van Pater Pieter, de Blankenbergse rekening, waarom vissers een bijnaam hadden, geloof en bijgeloof, de evolutie van de navigatie op zee, hoe de vissers destijds hun weg naar Blankenberge terugvonden,…, het wordt u allemaal haarfijn uitgelegd door de gidsen van het Scutemuseum.
Kleine en grote maquettes van vissersboten tonen u de diverse scheepstypes die door de vissers aan onze kust doorheen de eeuwen werden gebruikt.
Maar wat gebeurde er voordien in Blankenberge?
Morieniërs waren ten tijde van Julius Caesar gevestigd in onze kuststrook. Hun bestaan was armoedig en leefden van visvangst in de kreken en schorren bij afgaand tij. Vanaf de 5de migreerden nieuwe bevolkingsgroepen naar onze kust. Franken, Saksen en Friezen vestigden zich in onze kuststreek zij visten reeds met zeewaardige roei- en zeilboten.
Pas in de 9de eeuw zullen een aantal van die vissers hun onderkomen vinden achter de duinen van Blankenberge. Ze bouwden in de duinen een kapel, ingewijd in 948 en opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw van Scarphout. Als bescherming tegen Noormannen en zeerovers werd de plaats afgezet met palen, met de scherpe punt naar boven, vandaar de naam Scarphout. De nederzetting kreeg snel de naam Blankenberge en groeide uit tot een goed georganiseerde vissersgemeenschap. In de 13de eeuw telde de Blankenbergse vissersvloot al meer dan 60 haringboten.
De boten die de vissers gebruikten waren platbodems. Er was geen haven en de vissersboten moesten dus bij hoog water op het strand aankomen. Tot in de 15de was de Blankenbergse vloot samengesteld uit meestal kleine boten. In de loop van de eeuwen evolueerden de boottypes, de visserij werd efficiënter en de boten groter en veiliger. Maar in de 17de eeuw kwamen ze tot een type dat ze meer dan 3 eeuwen lang bijna onveranderd hebben gebouwd: de Blankenbergse schuit.
De Blankenbergse schuit
Hoe ze precies ontstaan zijn, is niet duidelijk, maar van de 17de tot de 19de eeuw beheersen deze robuuste schuiten de Blankenbergse visserij. In de 16de eeuw verschijnt die kloeke schuit voor het eerst in beeld. Op een schilderij van omstreeks 1550 van de school van Lanceloot Blondeel, met een afbeelding van de haven van Nieuwpoort, zien we een aantal vissersboten die sterk gelijken op de Blankenbergse schuit.
Deze Blankenbergse schuit heeft het silhouet van een middeleeuws scheepje. Sommigen menen dat hij teruggaat op de kloeke zeeschepen van de Menapiërs, of zelfs van de Noormannen. De Middelnederlandse benaming scute is wellicht verwant met de benaming skuta uit oude Vikingteksten. De Blankenbergse schuit vertoont veel gelijkenissen met de Zeeuwse kogge (soort vrachtschip) en de dogger waarmee op kabeljauw werd gevist.
De schuit heeft immers bijna vier eeuwen lang nauwelijks wijzigingen ondergaan. Ook toen de vissers van Oostende en Nieuwpoort al lang veel vluggere en beter wendbare kielschepen bouwden, bleef de Blankenbergse visser trouw aan zijn schuit.
De laatste Blankenbergse schuit, de B17 De Vrijheid werd in 1904 uit de vaart genomen. Kortom het Scutemuseum biedt u een ontzettend boeiend verhaal, het begon in de 9de eeuw.
Het museum is open na afspraak.
Tijdens de havenfeesten is het museum open van 10 u. tot 17u.




















Op afspraak kun je de werf, het museum en eventueel de boten bezoeken. Maak een afspraak voor een geleid bezoek. Graag vertellen wij je alles over de geschiedenis en de bouw van de B1 Sint-Pieter, de restauratie van de B72 Jacqueline Denise en onze andere projecten. Tijdens het vaarseizoen kunnen zeetochten worden aangevraagd.



