De Bouw van de B1 Sint-Pieter

Traditionele Bouwmethode

De Blankenbergse schuit werd gebouwd aan de voet van de duinen aan de zeezijde. De scheepsbouwers hadden daar steeds een aantal kromgegroeide boomstammen in voorraad. Voorsteven en spanten werden uit zo’n kromme boom gehouwen met dissel en bijl. Nadat de scheepsbouwers boven de kielplank het eiken geraamte hadden opgezet, begonnen ze aan het buigen van de olmenplanken. Dat gebeurde boven een houtvuur terwijl de planken voortdurend besproeid werden met water.

Getekende plannen gebruikten de bouwers nauwelijks. Wel hadden ze een aantal mallen liggen die telkens opnieuw werden gebruikt . De schuit heeft immers bijna vier eeuwen lang nauwelijks wijzigingen ondergaan. Ook toen de vissers van Oostende en Nieuwpoort al lang veel vluggere en beter wendbare kielschepen bouwden, bleef de Blankenbergse visser trouw aan zijn schuit.

De laatste platboomde Blankenbergse schuit, de B17 De Vrijheid werd in 1904 uit de vaart genomen. Hij is dan nog bijna 20 jaar in de haven gebruikt om grote steenblokken te vervoeren. Een roemloos einde, dat wel.

Een enthousiaste groep vrijwilligers

Tussen het najaar van 1992 en september 1999 bouwde een enthousiaste groep vrijwilligers onder leiding van Daniel Bossier, op het terrein tussen de bedrijven Wittevrongel Sails en North Sea Boating, een replica van de B1 Sint Pieter.  De Scute kreeg onderdak bij Wittevrongel Sails, waar ook een aantal houtbewerkingsmachines van de Brugse machinefabriek Robland in ondergebracht werden.  In ons logboek tellen wij meer dan 40 mensen die niet allen tegelijk maar in tussenpozen of in het begin of later meegewerkt hebben aan de constructie.

Meer dan 30 kubieke meter eik en olm werden gezaagd, geplooid, gedisseld, om van heel wat bomen, een schip te maken.  Meer dan 1.500 verzinkte nagels houden de constructie van kielbalk, voor- en achtersteven, spanten en huidplanken bij elkaar. 

In mei 1993 werd de kielbalk, en de voor- en achtersteven gelegd.  Bij deze gelegenheid klopten onze twee “stamvaders” : Achiel Wittevrongel en Staf Haerinck de nagels in de voorsteven.  Tussen 1994 en 1995 volgden de spanten, het roer, de zwaarden.  Daarop volgde van 1996 tot 1997 de beplanking met olmen planken, 5 cm dik.  Het onderwaterschip in klinkwerk, boven de waterlijn overnaads.  Een speciale constructie die het nodige vakmanschap vergde.  Dit werd ondersteund onder meer door de scheepstimmerij Lowyck uit Oostende en later de Scheepswerven Jan Vandamme te Zeebrugge.  Ondertussen werden ook de masten, het spil, de dieseltanks, de roef en andere onderdelen afgewerkt.

Vanaf 1998 komt alles in een stroomversnelling met de toewijzing van Europese en Vlaamse subsidies via het Pesca Project.  Met de goodwill van het bedrijven North Sea Boating en Wittevrongel Sails kon respectievelijk een motor en een stel zeilen en lopend want  aangekocht worden.

In de zomer van 1999 brak voor de Scute een magische periode aan.  De Sint Pieter was, na zes jaar werken in weer en wind, met opstaan en vallen, met financiële ups en downs, eindelijk klaar voor het ruime sop.  Het wonder was geschied.