De gerestaureerde visserssloep B72 Jacqueline-Denise

B72 Jacqueline-Denise

De B72 Jacqueline-Denise op zee tijdens een proefvaart

op zee tijdens een proefvaart

De B72 Jacqueline-Denise legt aan in de oude vissershaven

in de oude vissershaven

De visserssloep B72 Jacqueline-Denise voor de restauratie

voor de restauratie

de podiumboot B606 Victorine, het zusterschip van de Jacqueline-Denise

de podiumboot B606 Victorine

de garnaalboot B72 Jacqueline-Denise

Deze prachtig gerestaureerde garnaalboot, de B72 (oorspronkelijk 072) Jacqueline-Denise, is een houten tweemaster, gebouwd op de Oostendse werf Borrey. De kiellegging had plaats in 1939, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, en in 1942 werd het schip in de vaart genomen. Het vaartuig was eigendom van reder Charles Lenaers en behoorde tot 1951 tot de Oostendse vissersvloot. Daarna werd het verkocht aan dhr. Klaas uit Terneuzen en maakte het schip als plezierboot heel wat omzwervingen in Zeeuws-Vlaanderen.

In 1991 haalde Peter Sabbe de afgedankte Jacqueline-Denise naar Blankenberge om de garnaalboot in samenspraak met het stadsbestuur te restaureren en als maritiem monument bij de vuurtoren te plaatsen. De restauratie van het erg verwaarloosde schip vlotte niet zo best tot burgemeester Monset het dossier in handen kreeg en het als Interreg-project kon laten meefinancieren door de Europese instanties. Het stadsbestuur vertrouwde de restauratie toe aan de scheepswerf Traditionele Scheepsbouw Vandamme-Hutsebaut in Zeebrugge.

Toen het schip in juni 2005 in de werf aankwam, leek het meer op een wrak. Een deel van de kielbalk, enkele spanten en een stuk van de wering waren nog bruikbaar. De restauratie werd dus meer een reconstructie met respect voor de originele boot, want de Zeeuwse eigenaars hadden nogal wat verbouwingen aangebracht. Jan Vandamme en zijn ploeg klaarden de klus in minder dan een jaar tijd. De Jacqueline-Denise werd weer een prachtige zeilboot. Het stadsbestuur vroeg de vzw De Scute het schip te onderhouden en er veel mee te varen, en belangstellenden mee te nemen om hen te laten kennismaken met dit unieke exemplaar uit ons maritiem verleden.

De idee van een statisch monument, een podiumboot, werd niet helemaal verlaten, want Blankenberge bestelde bij Jan Vandamme een tweede identieke garnaalboot, zonder het onderwatergedeelte, maar wel met een stuurhut. Die halve boot werd op de Barcadère geplaatst, de noordelijke kaai van de oude vissershaven, als een zusterschip van de Jacqueline-Denise. Die podiumboot kreeg de naam B 606 Victorine, naar het schip van Bertje Pupe, de vissersnaam voor Albert Goes. De Victorine staat intussen op duizenden foto’s van toeristen, en de kinderen spreken over de speelboot.

historische waarde van de Jacqueline-Denise

De Jacqueline-Denise is 14.10m lang, 3.60m breed en heeft een maximale diepgang van 1.65m. Ze heeft twee masten met giek en gaffel en wordt met een helmstok bestuurd. In tegenstelling tot latere types van deze garnaalboot is er geen stuurhut. De oorspronkelijke Jacqueline-Denise was een zijtreiler met een hulpmotor van 34 pk. Om veiligheidsredenen werd bij de reconstructie een moderne scheepsdiesel aangebracht.

Het is een typische garnaalboot van tussen de twee wereldoorlogen, de overgang van zeilboten naar motorboten. Het schip is afgeleid van het zogenaamd schipje. Het schipje van Panesi van de gelijknamige rederij is wellicht het best bekend. Die rederij bouwde al in 1920 hulpmotoren in zijn vaartuigen en paste de vorm van zijn schipjes daarvoor aan. De opvolgers, de garnaalboten, waren iets ruimer en scherper en werden al vlug over de hele kust gebruikt en gebouwd. Ze waren vrij eenvormig en nagenoeg even groot, meestal tweemasters en vanaf de jaren '30 kregen ze een stuurhut. De motoren evolueerden van 20 naar 40 pk. Van dit type houten garnaalboot, zijtreiler met hulpmotor, is de Jacqueline-Denise wellicht één van de zeldzame varende getuigen.

zie ook

de restauratie van de B72 Jacqueline-Denise

 fotoverslag